Veroorzaken ggo’s allergieën?

Elektronenmicroscoopfoto stuifmeelkorrels

Wat en hoe?

Een allergie is een reactie van het immunsysteem en ontstaat door het contact met een lichaamsvreemde stof of allergeen. Ons lichaam komt meestal via de huid of luchtwegen met deze stoffen in contact, als ons immuunstelsel daar extreem op reageert, spreekt men van een allergische reactie. De klachten zijn dus niet afkomstig van het allergeen zelf, maar van de reactie van ons immuunstelsel.

Elke vorm van veredeling kan tot nieuwe allergieën leiden

Gentechnologie kan, net zoals klassieke veredeling, de concentratie aan natuurlijk voorkomende eiwitten, toxines en andere schadelijke stoffen verhogen of verlagen in voedingsgewassen. Klassiek veredelde gewassen worden standaard niet getest op dergelijke substanties, ook al komen ze van nature vaak voor en kunnen ze beïnvloed worden door deze klassieke veredeling.

De wetenschappelijke literatuur heeft ons ook heel wat voorbeelden van dergelijke allergenen. Klassiek veredelde gewassen zoals limoen en selder veroorzaken bij heel wat mensen allergische reacties. Ook na de introductie van de kiwi, op klassieke wijze tot commercialiseerbaar gewas veredeld, vertoonden heel wat mensen allergische reacties, iets wat echter pas jaren later bekend raakte.

GGO’s worden als enige gewassen getest op allergene stoffen

In tegenstelling tot klassiek veredelde gewassen worden genetisch gemodificeerde gewassen diepgaand getest en geanalyseerd op eventuele aanwezige allergene stoffen. (1) Daarbij wordt nagegaan of de nieuwe eiwitten van een organisme komen dat significante allergenen bevat. (2) Wordt het eiwit zelf geanalyseerd op eventuele gelijkenissen met andere allergenen (daarvoor wordt naar de opeenvolging van aminozuren gekeken, de bouwstenen van eiwitten). (3) Uiteindelijk wordt ook nagegaan of de nieuwe eiwitten andere fysische of biochemische karakteristieken bevatten die typisch zijn voor allergenen. Al deze voorzorgsmaatregelen zorgen er dus voor dat de kans dat een ggo die op de markt komt een allergische reactie kan veroorzaken extreem veel lager is dan bij klassiek veredelde gewassen of nieuwe exotische gewassen, die zoals reeds aangehaald werd, niet getest worden en ook nieuwe, potentieel allergene of gevaarlijke eiwitten bevatten.

Een argument dat vaak gebruikt wordt om transgene gewassen in verband te brengen met allergische reacties is een gebeurtenis uit 1996 in Brazilië. Wetenschappers hadden toen een gen uit de brazilnoot ingebracht in sojabonen dat codeert voor een methionine-rijk eiwit. De bedoeling van deze transformatie was de optimalisatie van de aminozuur samenstelling van dit gewas. Nu wordt methionine toegevoegd aan diervoeder dat soja bevat (tenzij er veel granen in zitten). Soja is namelijk een prima eiwitbron, behalve dan het tekort aan essentiële zwavel-houdende aminozuren zoals methionine. Uit de eerste testen bleek onmiddellijk dat mensen die allergisch waren voor de brazilnoot ook allergisch zouden reageren op deze nieuwe sojaboon. Het onderzoek naar dit transgeen gewas werd dan ook onmiddellijk stopgezet en nooit gecommercialiseerd. Dit toont eigenlijk vooral aan dat het opsporingsproces van eventuele allergenen heel goed werkt bij genetische gemodificeerde gewassen, een proces dat bij klassiek veredelde gewassen compleet afwezig is. Deze gebeurtenis was de start van en werd door vele anti-ggo’ers misbruikt om ggo’s er van te beschuldigen allergieën aan te wakkeren, ook al bestaat daar geen enkel wetenschappelijk bewijs voor.

GGO’s blijken niet meer allergeen dan andere gewassen, integendeel!

Het is echter wel een feit dat tot nu toe geen enkel ggo gewas dat op de markt kwam, tot een bewezen allergische reactie leidde. Ironisch genoeg zijn er ongeveer 10 klassieke voedingsmiddelen die ongeveer 95% van alle allergische reactie veroorzaken, deze voedingsmiddelen/gewassen blijven echter op de markt en nieuwe klassiek veredelde gewassen, ook al weet men dat de moederplanten allergische reacties uit lokken, hoeven hiervoor op geen enkel moment getest te worden.

Uit ander wetenschappelijk onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat er geen verschil is in de allergeniciteit van transgene versus niet-transgene soja na het bestuderen van deze gewassen in een proteomics studie. Ook het vergelijken van transgene maïs en soja versus hun niet-transgene counterparts kon geen enkel verschil in allergeniciteit waargenomen worden.

Naast het feit dat ggo’s dus veel minder kans vertonen tot allergeniciteit dan klassiek veredelde gewassen kunnen ze ook vele voordelen bieden op dit gebied. Er wordt heel wat onderzoek gedaan naar hoe genetisch modificatie kan helpen om dergelijke allergische reacties net te voorkomen! Japanse wetenschappers zijn er bv. in geslaagd om een transgene rijstvariant te modificeren die een hulp kan zijn voor die 20% van de Japanners die allergisch zijn aan cederpollen.

Hooikoorts en allergische astma, getriggerd door graspollen treft ongeveer 20% van de mensen in een koel klimaat. Lol p 5, een van de belangrijkste pollen allergenen (afkomstig uit Raaigras) lokt allergische reacties uit bij 90% van deze patiënten. Onderzoek toonde aan dat het mogelijk is om via genetische modificatie de allergenen productie in pollen uit te schakelen in Raaigras.  Andere wetenschappers slaagden er bijvoorbeeld ook in om transgene soja aan te maken zonder het allergeen dat meer dan de helft van de soja-allergieën veroorzaakt. Genetische modificatie blijkt een uitermate geschikte techniek om de algemene allergeniciteit van planten te verlagen.

GGO’s bieden bewezen gezondheidsvoordelen

Fusarium rot na insectenvraat

Naast toekomstige voordelen op het gebied van allergiën hebben genetisch gemodificeerde gewassen ook vandaag reeds voordelen voor de gezondheid. Zo staat het bv. onomstotelijk vast dat de hoeveelheid giftige mycotoxines in een transgeen bt-maïs veld veel lager liggen (tot 18x) dan in een conventioneel of biologisch geteeld maïs veld. Mycotoxines die geproduceerd worden door schimmels die zich manifesteren op de wondes die insecten na vraat achterlaten kunnen accumuleren in dieren en mensen die ze binnen krijgen en uiteindelijk tot enkele fatale ziektes leiden. Zo blijken dieren die gevoederd worden met ggo-maïs (MON810) gezonder dan dieren die met conventionele of biologische maïs gevoederd worden, omwille van de lagere hoeveelheden giftige mycotoxines die ze binnenkrijgen.