Monsanto vs. Schmeiser

De rechtszaak tussen Monsanto en Percy Schmeiser is waarschijnlijk de meest gekende rechtszaak omtrent ggo’s en bestond eigenlijk uit een aantal verschillende rechtszaken tussen 1998 en 2004. Monsanto beschuldigde Schmeiser hierbij van het bijhouden en uitzaaien van RR-canola zaad, zaad dat onder patent van Monsanto valt en pas sinds 1996 in Canada verkocht werd. Vele tegenstanders van ggo’s vinden dat deze zaak een perfect voorbeeld is voor het feit dat Monsanto boeren zou aanklagen waarvan hun veld ongewild bestoven werd door RR-zaad uit naburige akkers. Monsanto echter, verklaart dan weer op zijn beurt dat het ongewilde bestuiving van een niet-ggo akker, en dus de heel beperkte aanwezigheid van ggo-zaden, niet aanklaagt. Uiteindelijk werd deze zaak tot voor het hooggerechtshof in Canada gebracht en verloor Percy Schmeiser ook daar, in hoger beroep, de zaak. Omdat hij echter geen extra winst gemaakt had door het gebruik van RR-canola in plaats van conventionele canola moest hij geen boete noch schadevergoeding aan Monsanto betalen.

Deze pagina wenst dus niet de verdediging op te nemen van Monsanto in deze zaak, maar is er enkel op gericht om een aantal feiten te benadrukken die maar al te vaak verkeerd voorgesteld worden door tegenstanders van ggo’s. De uitspraken van de rechtszaak tussen Percy Schmeiser en Monsanto zijn namelijk publiek toegankelijk en iedereen is in staat om door de uitspraken te lezen vast te stellen dat het in deze zaak allerminst over ongewilde besmetting van een veld met ggo-zaden ging, integendeel.

De stalen die op het veld van Percy Schmeiser genomen werden bevatten tussen de 95 en 98% RR-canola zaad van commerciële kwaliteit. Een percentage die via ongewilde en toevallige bestuiving, vanuit naburige akkers of weggewaaid van een vrachtwagen, onmogelijk kan bereikt worden. Uit de rechtszaak bleek echter dat Percy Schmeiser een deel van zijn veld bespoten had met Roundup. Een handeling die logischerwijs alle niet-ggo canola doodt. Percy Schmeiser moet dus op zijn minst geweten hebben dat hij op die manier moedwillig selecteerde op ggo en dus RR-canola. Het zaad dat hij op die manier kon selecteren hield hij bij en plantte hij uit over zijn veld in het volgende seizoen, waardoor hij op een doelbewuste manier een Roundup resistent veld kon aanleggen. Percy Schmeiser kon het ongewilde bestuiven van zijn velden op geen enkele manier en tijdens geen enkele van de processen hard maken en werd dan ook schuldig bevonden aan het opzettelijk selecteren van RR-zaden uit zijn veld door het moedwillig spuiten van Roundup, het bijhouden van het zaad dat hij op die manier had geselecteerd en het op die manier ontwijken van de licentie-kosten die hij normaal aan Monsanto had moeten betalen.

However, the appellants in this case actively cultivated canola containing the patented invention as part of their business operations. Mr. Schmeiser complained that the original plants came onto his land without his intervention. However, he did not at all explain why he sprayed Roundup to isolate the Roundup Ready plants he found on his land; why he then harvested the plants and segregated the seeds, saved them, and kept them for seed; why he next planted them; and why, through this husbandry, he ended up with 1030 acres of Roundup Ready Canola which would otherwise have cost him $15,000.

It may be that some Roundup Ready seed was carried to Mr. Schmeiser’s field without his knowledge. Some such seed might have survived the winter to germinate in the spring of 1998. However, I am persuaded by evidence of Dr. Keith Downey, an expert witness appearing for the plaintiffs, that none of the suggested sources could reasonably explain the concentration or extent of Roundup Ready canola of a commercial quality evident from the results of tests on Schmeiser’s crop. His view was supported in part by evidence of Dr. Barry Hertz, a mechanical engineer, whose evidence scientifically demonstrated the limited distance that canola seed blown from trucks in the road way could be expected to spread. I am persuaded on the basis of Dr. Downey’s evidence that on a balance of probabilities none of the suggested possible sources of contamination of Schmeiser’s crop was the basis for the substantial level of Roundup Ready canola growing in field number 2 in 1997.