How to genetically modify a tomato and other things we eat

The production of genetically-modified (GM) foods remains a mystery to many.

Murray Ballard, a photographer, has visited the John Innes Centre – Europe’s largest independent research facility for the study of plant science and microbiology – with the aim of gaining a deeper understanding of genetic modification technology and its application in the development of crop plants.

The newspaper produced is divided into three scetions, each dealing with a different experiment.

From “How to genetically modify a tomato, and other things we eat” via John Innes Centre

De ogen van de patat

Alles op een hoop

Bijna niemand heeft een probleem met een genetisch gewijzigde bacterie die insuline aanmaakt. Maar in het GGO-debat worden alle genetisch gewijzigde planten als ongewenst beschouwd door tegenstanders. Er is geen plaats voor nuance. Anne Teresa De Keersmaeker maakt in De Standaard deze veelvoorkomende en veralgemenende claim: “Planten genetisch manipuleren en een GGO introduceren [in het milieu] is gevaarlijk voor onze planeet.” Dit kan maar op twee manieren mogelijk zijn: (a) alle methoden om een “vreemd” gen (transgen) in een plant te brengen zijn gevaarlijk of (b) elke “onnatuurlijke” wijziging aan het erfelijk materiaal van een plant is gevaarlijk. Beide mogelijkheden impliceren dat (de functie van) het transgen niet ter zake doet. Echter een realistische en genuanceerde visie op GMOs zou kunnen zijn: Niet alle GMOs zijn gevaarlijk of niet alle GMOs zijn ongevaarlijk. Het is de aard van het transgen en het gebruik van de GMO door de mens dat bepalend is voor de schadelijkheid ten opzichte van mens en milieu. Een extreem voorbeeld is dat een plant die het botulinum toxine (botox) aanmaakt uiteraard gevaarlijk zal zijn.

Ken je transgen

Wat is nu de aard van het aardappeltransgen in Wetteren? Het verwondert mij dat dit aspect nooit wordt aangehaald in het debat. Nochtans is het dus cruciaal te verstaan wat deze “resistentiegenen” juist zijn omdat dit bepalend is voor eventuele gevaarlijkheid. Doordat dit nooit wordt besproken ontstaat de gedachte dat onze kennis hieromtrent onvoldoende is en dat dit gewoon stukken DNA zijn die empirisch tot resistente planten leiden. Dankzij het wetenschappelijk onderzoek in de moleculaire biologie weten we echter duidelijk  wat de functie is van deze genen. Het is juist bij het “natuurlijk” veredelen van planten dat men de resistentie inkruist zonder te weten welke stukken DNA en dus welke functies geselecteerd worden. Bovendien worden bij het selectieproces genen mee geïntroduceerd die niets te maken hebben met de resistentie en (ook nu nog) een volledig onbekende functie hebben (zie Figuur). Indien de aard van het transgen de gevaarlijkheid bepaalt volgt hier uit dat veredeling gevaarlijker moet zijn dan genetische modificatie.

Kruisen vs GM -  (A) Het resistentiegen is aanwezig in de bruine variëteit welke gekruisd wordt met de in de landbouw gebruikte blauwe variëteit. Door vele jaren van terugkruisen met de blauwe varieteit kan met het gen inkruisen (B). Echter een gedeelte van het bruine genoom is "gelinkt" aan het transgen en is mee ingekruist eventueel samen met onbekende regio's die onbekende genen bevatten met onbekende functies.

Kruisen vs GM – (A) Het resistentiegen is aanwezig in de bruine variëteit welke gekruist wordt met de in de landbouw gebruikte blauwe variëteit. Door vele jaren van terugkruisen met de blauwe variëteit kan met het gen inkruisen (B). Echter een gedeelte van het bruine genoom is “gelinkt” aan het transgen en is mee ingekruist eventueel samen met onbekende regio’s die onbekende genen bevatten met onbekende functies.

Het immuunsysteem van planten.

Hoe planten zich verdedigen is een zeer interessant onderzoeksgebied. In een eerste verdedigingsmechanisme maakt de plant gebruik van sensoren (receptoren) aan de buitenkant van de plantencel die sterk geconserveerde structuren herkennen bij ziekteverwekkers zoals bv. het zweepstaartje van een bacterie. Het “LRR-gedeelte” van de sensor verschilt van receptor tot receptor en staat in voor de herkenning van de karakteristieke structuur van een ziekteverwekker. Wanneer herkend wordt er een verdedigingsmechanisme geactiveerd. Dit noemt met PAMP-triggered immunity (PTI).  Interessant weetje is dat u en ik op een zeer gelijkaardige manier met LRR-receptoren ziekteverwekkers herkennen, een geval van convergente evolutie.

Maar ziekteverwekkers zoals de aardappelziekte (Phytophthora) zijn geëvolueerd om deze barrière te omzeilen. Ziekteverwekkers die dat niet doen sterven natuurlijk uit. Ze injecteren met een moleculaire spuit tientallen eiwitten en andere moleculen (effectoren) in de plantencel die het eerste verdedigingsmechanisme uitschakelen. Planten evolueerden mee en maken nu ook intern LRR-receptoren aan die nu de effectoren herkennen in de cel in plaats van de ziekteverwekker buiten de cel (denk aan het zweepstaartje). Als een effector wordt herkend, lanceert de plant een tweede type verdediging dat de ziekteverwekker efficiënt uitschakelt. Dit noemt met Effector-triggered immunity (ETI).

Schematische voorstelling van het immuunsysteem van de aardappel. In het eerste geval herkent de aardappelcel Phytophtora dankzij receptoren (LRR) aan de buitenzijde van de cel. Hierdoor kan het een PTI-verdedigingsrespons opzetten en overleven. In het tweede geval injecteert Phytophtora effectoren in de cel die de PTI verhinderen. De aardappelziekte slaat dan toe. In het derde geval herkent de aardappelcel aan de hand van interne LRR receptoren een van de effectoren en start een ETI-verdedigingsmechanisme. Het zijn genen voor deze laatste interne LRR receptoren die in de Wetterse aardappelen werden ingebracht.

Schematische voorstelling van het immuunsysteem van de aardappel. In het eerste geval herkent de aardappelcel Phytophthora dankzij receptoren (LRR) aan de buitenzijde van de cel. Hierdoor kan het een PTI-verdedigingsrespons opzetten en overleven. In het tweede geval injecteert Phytophthora effectoren in de cel die de PTI verhinderen. De aardappelziekte slaat dan toe. In het derde geval herkent de aardappelcel aan de hand van interne LRR receptoren een van de effectoren en start een ETI-verdedigingsmechanisme. Het zijn genen voor deze laatste interne LRR receptoren die in de Wetterse aardappelen werden ingebracht.

 

Een evolutionaire wapenwedloop

Het gevolg is dat er een evolutionaire wapenwedloop is ontstaan tussen de ziekteverwekkers en de planten. De eersten komen steeds op de proppen met nieuwe types van effectoren en de planten reageren door hun receptoren aan te maken die de effectoren herkennen. Verschillende stammen van dezelfde ziekteverwekker maken een verschillend repertoire aan van deze effectoren. En ook in de natuurlijke populatie van een plant is er een al even verscheiden repertoire aan LRR-receptoren.

Als een bepaald aardappelras resistentie vertoont tegen een bepaalde ziekte is dat meestal omdat het een receptor aanmaakt die een effector van de ziekteverwekker herkent. Mensen hebben dan door te kruisen dit “resistentiegen” (R-gene) ingebracht in de variëteit die ze verbouwen. Dit is een proces dat zeer lang duurt. Bijvoorbeeld voor de “biologische” aardappel Bionica duurde het 46 jaar om 1 enkel R-gen in te kruisen. Welke andere genen mee ingekruist zijn – laat staan hun functie – is onbekend.

Biotechnologie

De R-genen zijn echter eenvoudig te herkennen door moleculair biologen. De meesten coderen voor deze LRR-receptoren en verschillen relatief weinig van elkaar. Door het genoom van de aardappel in kaart te brengen schat men het aantal R-genen op enkele duizenden per genoom. Het aantal in de populatie ligt nog een pak hoger uiteraard. Men kan door moleculaire technieken een R-gen isoleren en het inbrengen in de plant: de zogenoemde transformatie. Het is belangrijk om in te zien dat het verdedigingsmechanisme van de plant zelf wordt gebruikt om Phytophthora te bestrijden. Door de plant het juiste R-gen uit de populatie te geven help je enkel de patat zijn vijand te herkennen.

Doorbreken van resistentie

De aardappelplant moet dus maar één van de effectoren herkennen om zijn ETI verdedigingsmechanisme in te schakelen en immuun te zijn. Echter, wanneer een Phytophthora opduikt die deze effector niet meer heeft – maar nog steeds even ziekmakend is – dan is de plant ten dode opgeschreven. Natuurlijk is er in een monocultuur van aardappelen met exact hetzelfde repertoire aan R-genen een enorme druk op Phytophthora om die ene effector te verliezen of eventueel te vervangen door een andere uit de populatie. Vandaar dat verwacht wordt dat voor een resistente aardappel zoals Bionica de resistentie door 1 gen vlug zal worden doorbroken. De oplossing is om R-genen te “stacken”(stapelen) en ervoor te zorgen dat de effectoren van Phytophthora worden herkend door zo veel mogelijk R-genen en zo het doorbreken van resistentie onmogelijk te maken. Dit zal enkel mogelijk zijn met behulp van biotechnologie aangezien het inkruisen van 2 a 3 genen decennia zal duren.  Bovendien zal met veredelen andere kenmerken gewijzigd worden met onbekende resultaten op bv. smaak, kleur of resistentie tegen andere ziekten.

 

Grondige wetenschappelijke analyse van de Séralini paper/saga

A recent paper published in the journal Food and Chemical Toxicology presents the results of a long-term toxicity study related to a widely-used commercial herbicide (RoundupTM) and a Roundup- tolerant genetically modified variety of maize, con- cluding that both the herbicide and the maize varieties are toxic. Here we discuss the many errors and inaccuracies in the published article resulting in highly misleading conclusions, whose publication in the scientific literature and in the wider media has caused damage to the credibility of science and researchers in the field. We and many others have criticized the study, and in particular the manner in which the experiments were planned, implemented, analyzed, interpreted and communicated. The study appeared to sweep aside all known benchmarks of scientific good practice and, more importantly, to ignore the minimal standards of scientific and ethical conduct in particular concerning the humane treatment of experimental animals.

via The Genetic Tomato (@Gentomaat)

Het volledige artikel is hier te raadplegen via Springer Link en is voor korte tijd als pdf hier te downloaden.

Mark Lynas, van held naar verrader

Op 6 december kwam Mark Lynas een lezing geven op het “biotech for society
symposium” in Gent. De lezing zelf werd jammergenoeg niet gefilmd, maar voor de geïnteresseerden vind je hier wel bijna dezelfde lezing. Het is er een die Mark gaf voor het John Innes Centre. Je moet er wel silverlight voor geïnstalleerd hebben…

Lezing Mark Lynas.

Bart Coenen, hoofdredacteur van Velt nam op die dag een interview af van Mark Lynas. De Engelstalige versie vind je terug op deze blog, op de Nederlandstalige versie is het nog even wachten. Deze verschijnt normaal eind deze maand in de januari editie van Seizoenen.

Ooit was Mark Lynas een notoir anti ggo-er die er niet voor terugdeinsde veldproeven te vernielen. Toen hij zoals hij zelf zegt, wetenschap ontdekte, omdat hij zijn boeken omtrent klimaatsverandering deftig wou onderbouwen, veranderde ook zijn mening over ggo’s. Want, zo redeneerde hij, hoe kan men wetenschap omarmen als het om het klimaat gaat en het verwerpen als het om genetische gemodificeerde gewassen gaat. Die klik maakte Mark reeds in 2008 en verwerkte die deels in het boek “The god species of De mens als God”. Op 3 januari gaf hij een speech tijdens de Oxford Farming conference waarin hij het proces dat hij doormaakte uit de doeken deed. Een echte aanrader! Zo goed ontvangen zelfs dat ze na amper een week reeds meer als 250.000 keer bekeken werd. De speech zelf kun je bekijken en lezen op de blog van Mark Lynas zelf.

De reacties waren talrijk en niet altijd even positief. Notoir anti ggo-er en ecofeministe  (wolf in schapenvacht) Vandana Shiva slaagde er zelfs in ggo’s met verkrachting te vergelijken. Of wat dacht je van het linken van ggo’s aan effecten op penissen??? Maar al bij al was de berichtgeving overwegend positief en werden heel wat nieuwsartikels en verschillende blogposts aan zijn speech gewijd. Bij de grote milieu organisaties bleef het echter angstvallig stil, nochtans waren ze tijdens de speech meermaals de gebeten hond. Een teken aan de wand dat ze zelf niet langer zeker zijn van hun ideologisch extreme standpunten? De enige grote natuurvereniging die wel reageerde was The Nature Conservancy bij monde van president and CEO Mark Tercek.

Dat de speech van Mark Lynas een grote invloed heeft staat buiten kijf, maar of we nu weldegelijk op een “turning point” zijn gekomen, zoals sommigen beweren/hopen, dat zal de tijd nog moeten uitwijzen!

Why Are Environmentalists Taking Anti-Science Positions?

Fred Pearce, een gekende journalist die vaak over milieuzaken publiceert, schreef onlangs in het gezaghebbende Yale Environment 360 een opiniestuk met de titel “Why Are Environmentalists Taking Anti-Science Positions?”. Hij is de zoveelste in een rijtje (van ecopragmatisten) die de dogmatische stromingen omtrent sommige topics, die jammergenoeg in de milieubeweging binnengeslopen zijn, in vraag stelt.

On issues ranging from genetically modified crops to nuclear power, environmentalists are increasingly refusing to listen to scientific arguments that challenge standard green positions. This approach risks weakening the environmental movement and empowering climate contrarians.

by fred pearce

From Rachel Carson’s Silent Spring to James Hansen’s modern-day tales of climate apocalypse, environmentalists have long looked to good science and good scientists and embraced their findings. Often we have had to run hard to keep up with the crescendo of warnings coming out of academia about the perils facing the world. A generation ago, biologist Paul Ehrlich’s The Population Bomb and systems analysts Dennis and Donella Meadows’ The Limits to Growth shocked us with their stark visions of where the world was headed. No wide-eyed greenie had predicted the opening of an ozone hole before the pipe-smoking boffins of the British Antarctic Survey spotted it when looking skyward back in 1985. On issues ranging from ocean acidification and tipping points in the Arctic to the dangers of nanotechnology, the scientists have always gotten there first — and the environmentalists have followed.

And yet, recently, the environment movement seems to have been turning up on the wrong side of the scientific argument. We have been making claims that simply do not stand up. We are accused of being anti-science — and not without reason. A few, even close friends, have begun to compare this casual contempt for science with the tactics of climate contrarians.

That should hurt.

Het volledige en zeer interessante opiniestuk vind je terug op de Yale 360 site. Hier gaat journalist Keith Kloor in een blogpost ook dieper in op deze materie. 

Als je ratten gebruikt met 72% kans op tumorontwikkeling, dan vind je waarschijnlijk ook tumoren!

via The Genetic Tomato (@Gentomaat)

Update 2

Ondertussen lopen de eerste officiële en uitgebreidere wetenschappelijke analyses en commentaren op de studie van Séralini binnen.

Een Nederlandstalige analyse vind je in deze publicatie van het VIB.
Een Engelstalige analyse vind je via het EFSA. 

In de laatste uitgave van FCT staan maar liefst 17 letters to editor en andere commentaren op de Séralini studie.

Op 19 september lanceerde Séralini een nieuwe studie waarin hij schijnbaar aantoont dat het eten van GGO’s kankerverwekkend is. Dat er een grote mediacampagne opgezet werd, konden we merken in de pers. Maar is dit wel terecht? Of past deze studie eerder in het rijtje van zijn vorige studie’s, die achteraf extreem gebrekkig bleken en al lang door verschillende experts onderuit gehaald werden. Eerst en vooral de paper waar het dus over gaat met als titel; “Long term toxicity of a Roundup herbicide and a Roundup-tolerant genetically modified maize”.

Dat dit de eerste langetermijnstudie zou zijn is natuurlijk complete onzin. Bv. uit dezelfde, ja dezelfde journal dit overzicht. Maar ook hier vind je een uitgebreide bloemlezing. Nogal onbegrijpbaar dat Séralini, waarvan je toch zou verwachten dat hij zijn literatuur kent, in zijn artikel nergens naar dergelijke studies verwijst. Studies die er zijn, beter uitgevoerd zijn en die compleet het tegenovergestelde van wat hij stelt aantonen. Dat laatste zou er natuurlijk ook wel voor iets tussen kunnen zitten…

Inhoudelijk zijn er bij deze studie heel wat vraagtekens te zetten bij zowel de methodologie, resultaten als presentatie van het geheel. De lijn in die commentaar komt hoofdzakelijk overeen met het gebrekkige onderzoek dat door hem reeds werd gepubliceerd en op deze site grondig becommentarieerd werd. Een overzicht van commentaren op de studie vind je onderaan dit artikel, hier alvast enkele samengevat.

- Een van de belangrijkste is echter het gebruik van SD ratten. Séralini vergeet “toevallig” te vermelden dat deze soort enorm vatbaar is voor het ontwikkelen van kankers. Tot 86% van de mannelijke en 72% van de vrouwelijke ratten blijken spontaan kanker te vertonen voor het bereiken van de leeftijd van 2 jaar. Andere studies bevestigen hoge percentage van spontane tumorontwikkeling. Dit in combinatie met beperkte aantallen ratten per (controle) groep, maakt het mogelijk om de resultaten van Séralini puur op basis van kans te bekomen. Die foto’s met enorme kankergezwellen hadden dus evengoed controles geweest kunnen zijn. De wetenschappelijke relevantie van die figuren? Nihil!

- Men geeft in de paper zelf toe aan cherrypicking te doen en enkel de “mooiste” resultaten te vermelden. (‘All data cannot be shown in one report and the most relevant are described here’ ). Nochtans bestaat er zoiets als supplemental material als je niet alles in je paper zelf krijgt.

- Op geen enkele manier kan Séralini een dose-response relatie aantonen, enorm bevreemdend net omdat bijna alle toxische effecten dergelijke relatie vertonen. Séralini verklaart dit door te stellen dat het effect aan zeer lage concentraties optreedt en dan gelijk blijft voor hogere concentraties. Ten eerste is dat een conclusie die je uit deze data niet zomaar kunt trekken en daarnaast is het feit dat er helemaal geen effect is van R en GMO minstens even waarschijnlijk.

En nog twee mss heel specifieke voorbeelden:

-Uit figuur 1 blijkt dat de mannelijke ratten gevoed op op GMO of Roundup bij de hoogste gebruikte concentraties langer leven als de controle groep zonder GMO of R. Uit figuur 2 zou dan moeten blijken dat diezelfde mannetjes vroeger tumoren ontwikkelen…
-In tabel 3 zie je dan weer dat effecten van Roundup (A) (1 miljardste procent R) in veel gevallen een groter effect heeft dan (C), de hoogste concentratie R, namelijk 0.5%.

(Wie figuur 1 ook verwarrend vindt kan hier wat extra uitleg verkrijgen.)

Uit dergelijke resultaten kun je niets anders besluiten dan dat het om natuurlijke, experimentele variatie gaat.

Er valt verder nog heel wat commentaar te geven (zie refs bovenaan), maar de bottom line is toch wel dat dit sub-standaard onderzoek is waarvan het eigenlijk onbegrijpbaar is dat het door peer-review geraakt is. Uiteindelijk toont dit onderzoek aan dat SD ratten heel vaak deze vorm van kanker ontwikkelen voor het bereiken van de leeftijd van 2 jaar. Niets nieuws dus, want dat weten we reeds uit dat onderzoek uit 1979. Het heeft echter niets met GGO noch met R te maken.

Ook de communicatie omtrent de ganse studie is op zijn zachtst gezegd nogal vreemd. Zo hadden journalisten reeds toegang tot de studie, vooraleer ze gepubliceerd werd in Food and Chemical Toxicology, maar werd het hen verboden om buitenstaanders en experten om een mening te vragen bij het schrijven van hun artikels?! En op 20 september wordt op een persconferentie in het Europese Parlement het onderzoek voorgesteld en toegelicht door Séralini en EP Corinne Lepage, die toevallig net haar anti-ggo boek publiceert. Gaat het nu om de wetenschap of om politiek gewin? Dat volgende week ook Séralini een anti-ggo boek lanceert en een anti-ggo film mét deze tumor foto’s (voor hen geen embargo) maakt natuurlijk veel duidelijk.

Het is ook bevreemdend om te merken dat bepaalde mensen steeds op hun achterpoten gaan staan als blijkt dat onderzoek belangenconflicten vertoont of gesponsord werd door multinationals en er hier blijkbaar geen vuiltje aan de lucht is. Het feit dat Séralini, die zichzelf verleden jaar nog uitriep tot “International scientist of the year” voor het luttele bedrag van 375$ via CRIIGEN sterke banden onderhoudt met Greenpeace, dat Séralini een anti-ggo agenda heeft, anti-ggo boeken schrijft en het onderzoek voor meer dan 3 miljoen euro gesponsord werd door Auchan, Carrefour en FPH is hier dan geen probleem?

Update

Een belangrijk punt dat door o.a. “memsommerville” geopperd wordt en waar in dit artikel dieper op ingegaan wordt belangt het standaard voedsel van laboratten. Reeds meer dan een decennium bevat het voedsel van laboratten in Amerika ggo’s, in Europa is dit minder gebruikelijk, maar niet volledig uit te sluiten. Hoe komt het dat in al die jaren in alle wetenschappelijke experimenten die op ratten werden uitgevoerd dergelijke toename in tumorontwikkeling, ten opzichte van de vorige decennia, onzichtbaar is gebleven? Of hoe komt het dat Europese labo-ratten niet langer leven in afwezigheid van ggo-voedsel?

Overzicht commentaren

-Stenographers, anyone? GMO rat study authors engineered embargo to prevent scrutiny
-Was Séralini GMO study designed to generate negative outcome?
-Under Controlled: Why the New GMO Panic Is More Sensational Than Sense
-I smell a rat.
-Monsanto’s GM Corn And Cancer In Rats: Real Scientists Deeply Unimpressed. Politics Not Science Perhaps?
-Expert reaction to GM maize causing tumours in rats
-Why I think the Seralini GM feeding trial is bogus
-in which I blow a gasket and get very uppity about this GM-food study which appears to have everyone going nuts at the moment
-Study linking GM crops and cancer questioned
-NK603
-Society of Biology responds to latest GM food study
-GM Corn-Tumor Link Based on Poor Science
-Franse studie met genetisch gemodificeerde mais onder vuur
-Proof Perfect That The Seralini Paper On GM Corn And Cancer In Rats Is Rubbish
-From Darwinius to GMOs: Journalists Should Not Let Themselves Be Played
-Was it the GMOs or the BPA that did in those rats?
-Summary of criticism and questions on “Long term toxicity of a Roundup herbicide and a Roundup-tolerant genetically modified maize” collated from published expert commentary and from correspondence with Sense About Science.
-Pour quelques rats de plus
-Derrière l’étude qui dézingue les OGM…
-GMO Opponents Are the Climate Skeptics of the Left
-Lacunes, résultats inexplicables: l’étude anti-OGM sur la sellette
-Les dégâts collatéraux d’une « étude choc » sur les OGM qui fait « pschitt »

 

 

GM plants represent low risk, say scientists

Genetically modified (GM) plants present little danger for the environment or people’s health, according to Swiss researchers. Also, while they offer almost no benefit to farmers now, this could change if plants had the right properties.

The government requested a national research programme on the risks and benefits of GM plants after the Swiss voted for a five-year moratorium on their use in 2005. The moratorium was extended for another three years by parliament.

 Between 2007 and 2011, 30 projects were launched as part of the programme at a total cost of around SFr12 million ($12.5 million). Eleven focused on the environmental risks of GM wheat, maize and strawberries.

The researchers all reached the same conclusion: there were no identifiable negative effects on beneficial organisms, microorganisms or soil fertility. Three so-called meta-analyses that looked at more than 1,000 international studies reached similar findings.

More info via GMO Pundit.

A picture speaks a thousand words!

Bintje (conventional) vs GMO potato. Via Vilt (www.vilt.be)

De proef met genetisch gewijzigde aardappelen in Wetteren is voor het tweede jaar op rij gelukt. Door de genen van de aardappel te wijzigen, is deze soort resistent geworden tegen de aardappelplaag, een schimmelziekte die vooral voorkomt bij vochtig weer.

De onderzoekers gaan nu proberen om ook andere aardappelsoorten resistent te maken, maar dat kan nog jaren duren. “Deze aardappel is een basis voor het onderzoek”, zegt professor Erik Van Bockstaele van de Universiteit Gent. “Als we volgend jaar kunnen starten met de genen in bestaande rassen in te bouwen, dan verwachten we dat we tegen 2020 deze aardappel bij de landbouwer kunnen krijgen.”

Vanochtend bezocht Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) het proefveld in Wetteren. Hij vindt het zeer belangrijk dat het wetenschappelijk onderzoek wordt voortgezet, mét steun van de Vlaamse regering. “De aardappelplaag kost ons elk jaar 55 miljoen euro en de landbouwers pakken dat nu aan met het gebruik van pesticiden. Wanneer we met een gemodificeerde aardappel dit probleem kunnen oplossen is dat een serieuze vooruitgang.”

Er komt in Wetteren ook een nieuwe veldproef, maar nu met genetisch gewijzigde maïs. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) wil nagaan of zijn mais op het veld evenveel opbrengt als in de serre.

Wie met eigen ogen naar de genetisch gewijzigde aardappel wil komen kijken, kan zich inschrijven via www.aardappelziekte.be. Want het wetenschappelijk veld kan nu door iedereen bezocht worden, met een gids.

Artikel en video via deredactie.be 

Meer foto's vind je op de facebookpagina van Vilt.

 

The man behind the Rainbow

The curious case of the genetically modified papaya.

By Jennifer Mo.

Stop by the farmers’ market in Hilo, Hawaii, and you’ll find knobby cherimoyas, avocadoes the size of eggplants, and mounds of papayas sunset-fleshed and as smooth and sweet as custard.

That wasn’t always the case. Back in the 90s, Hawaiian papaya farmers were faced with devastation from ringspot virus, a plant virus that reduced papaya production by 50 percent within six years and just kept spreading. Small farmers faced losing their livelihoods when one plant pathologist developed a virus-resistant variety called the Rainbow and distributed the seeds to struggling farmers—for free. Fourteen years later, Hawaii’s small papaya farmers are flourishing.

There’s a lot to like about this story—the altruism of the researcher, the success of independent local farmers. But there’s one detail that could change everything about how you see it: the Rainbow papaya is genetically modified.

A gene from the ringspot virus was inserted into the papaya, where it acts like a built-in vaccine against the virus. In other words, it’s Frankenfood. Or is it?

I say GMO, you think: Monsanto, Big Ag, lobbyists, corporate interests. But none of these played a major role in the GM Rainbow papaya. And for me, that led to an important realization. Genetic engineering technology is not the same thing as Monsanto/Big Ag policy. It’s a tool. And like all tools, it can be used for good or bad ends.

Dr. Gonsalves (image originally posted on elephant journal)

I’m a skeptic, so I scoured the web for info—agricultural news sites, activist sites, USDA releases, science journals and blogs. Then I took my questions to the man who developed the Rainbow, Dr. Dennis Gonsalves, retired Professor Emeritus of Plant Pathology at Cornell and now the director of the USDA’s Pacific Basin Agricultural Center.

He’s a straight shooter, detailing the successes and challenges of the project with peer reviewed articles and independently verifiable facts. Halfway through our exchange, it hits me:

Why shouldn’t we always address our science questions to scientists, not lobbyists or activists?

In that spirit, I’ve included his answers to my questions below.

Het volledige artikel met interview vind je op biofortified.org 

BIOTECHNOLOGIE IS EEN WETENSCHAP

Biotechnologie speelt een belangrijke rol bij de studie van de werking van planten. Door te onderzoeken hoe planten functioneren, kunnen gewassen met interessante eigenschappen geselecteerd worden. Het VIB-departement Planten Systeembiologie aan UGent gaf onlangs toelichting bij het kader en de context van het plantenbiotechnologisch onderzoek dat het uitvoert. We konden ook de serre met genetisch gewijzigde maïsplanten en het veld met ggo-populieren bezoeken.

Het volledige artikel, verschenen in Boer & Tuinder 1 juni 2012, pdf.